• Webstek van de LHC Plutonica
Home > Studentenleven > Liederen > De Ouderoldersklacht

De Ouderoldersklacht

De Ouderoldersklacht is een van de plechtigste liederen, alsmede het laatste lied van een Vlaamse cantus. Het lied wordt voorafgegaan of gevolgd door de nationale liederen. Het is een enigszins melancholische terugblik op het studentenleven, maar het besluit is dat wanneer men als oud-lid terugkomt, er nog niks veranderd is (non est mutatio rerum). Ook in Nederland is het lied in enige mate bekend. De Nederlandse tekst wordt toegeschreven aan een zekere K.D.W.

Partituur
Gezongen versie
Gezongen Duitse versie

De Ouderoldersklacht

  1. O vrijstudentenheerlijkheid
    Waar zijt gij thans verzwonden?
    O keer nog eenmaal, schone tijd,
    Zo vrij, zo ongebonden!
    Ik zoek u langs mijn wegen weer
    En vind uw sporen nimmerweer!
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  2. Waar zijn zij die voor 't Werchters bier (*)
    Hun laatste cent verdronken,
    Als wereldbazen, op den zwier,
    Met volle potten klonken?
    Zij gingen, 't hart gebroken, voort
    Van hier naar 't stil geboorteoord (**)
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  3. Daar ligt er een als man van plicht, (i)
    Op een buro gebogen. (i)
    Een ander ontplooit met koud gezicht (ii)
    Zijn schoolmeestersvermogen. (ii)
    Wie dacht ooit dat een schurk zo fijn (ii)
    Zou zo pedant geworden zijn? (ii)
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :| (***)
  4. Een dokter preekt de matigheid, (iii)
    En was hier grote rolder; (iii)
    Ministers gaan met statigheid, (iv)
    En woonden hier op zolder; (iv)
    De rechter straft nu drankmisbruik (v)
    En vroeger sliep hij met de kruik! (v)
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  5. Sa vrienden, reikt elkaar de hand,
    Opdat hij zich vernauwe
    Der trouwe vriendschap heil'ge band,
    De heil'ge band der trouwe.
    Klinkt aan en heft omhoog het glas, (vi)
    Nog leeft het oud studentenras! (vi)
    |: Bibamus laeti merum,
    non est mutatio rerum! :| (****)

De eerste vier strofen worden ingetogen en traag bij gedempt licht gezongen, daar deze een weemoedige terugblik naar het studentenleven zijn. Bij de eerste strofe blijft iedereen zitten. Tijdens de tweede strofe staan de oud-studenten recht. Tijdens het eerste deel van de derde strofe (i) staan studenten van de faculteiten wetenschappen, (bio-)ingenieurswetenschappen, architectuur, farmacie, diergeneeskunde en sociale wetenschappen en bij uitbreiding de hogeschoolstudenten van de departementen bedrijfskunde (minus rechtspraktijk), technologie, biowetenschappen en sociaal werk. Bij het tweede deel (ii) staan de studenten van de faculteiten letteren en wijsbegeerte, psychologie en pedagogie alsmede theologie recht en bij uitbreiding ook de hogeschoolstudenten van de departementen lerarenopleiding en kunsten. Tijdens het eerste deel van de vierde strofe (iii) staan de studenten van de faculteiten geneeskunde en bewegingswetenschappen recht, als mede hogeschoolstudenten van het departement gezondheidszorg. De twee volgende regels (iv) worden gezongen door het zittende bestuur van de organiserende club/vereniging. De laatste twee verzen van de vierde strofe (v) worden gezongen door de studenten van de faculteiten rechten en kerkelijk recht alsmede door de hogeschoolstudenten rechtspraktijk. Bij de vijfde en laatste strofe wordt er door iedereen rechtgestaan en met gekruiste armen elkaar de handen gereikt. Hierbij wordt het licht terug aangestoken en wordt er terug luider gezongen. Bij de laatste twee regels (vi) worden de glazen hoog geheven en naar alle richtingen aangestoten. Dan zingt de rechterzijde van de clubavond het laatste refrein terwijl de linkerzijde het glas ad fundum drinkt en ten slotte zingt de linkerzijde het refrein en drinkt de rechterzijde ad fundum. Dat betekent dus ook dat na dit lied alle glazen leeg zijn. Hierna klinkt het "Club ex! Rolling in", is de cantus gedaan en wordt er nog een Io vivat voor de senior gezongen terwijl deze naar buiten wandelt.

(*) Het Werchters bier is uiteraard de bekende Jack-Op.
(**) "Het stil geboorteoord" is de thuisstreek waar de meeste studenten naar terug keerden.
(***) "O jee, o welke verandering van de stand van zaken!"
(****) "Laten we blij de onversneden wijn drinken, er is geen verandering van de stand van zaken!"

O alte Burschenherrlichkeit / Rückblick eines alten Burschen

Het lied is sinds 1825 bekend en stamt vermoedelijk uit Halle. Het werd lang toegeschreven aan de arts en Burschenschafter Eugen Höfling (1808–1880), maar dit is intussen weerlegd. De huidige melodie vinden we voor het eerst terug in Brauns Liederbuch für Studenten, uitgegeven in Berlijn in 1843. Hier zien we ook dat de melodie gebaseerd is op het oudere lied Was fang ich armer Teufel an. De frase O jerum, jerum, jerum! O quae mutatio rerum! is eveneens uit dit lied afkomstig. De uitdrukking o jerum is net als "o jee" en "jeminee" een afkorting van o Jesu domine en is een klaagroep aan Jezus. Deze melodie is echter niet de enige waarop het lied ooit gezongen is, zo vinden we in het Allgemeines Deutsches Commersbuch uit 1859 een melodie die verdacht hard lijkt op Lauriger Horatius, ofte O dennenboom. Het lied staat vaak ook bekend onder de titel Rückblick eines alten Burschen, wat het onderwerp beschrijft: een oud-student kijkt met melancholie terug op zijn studententijd.

Omdat de liedtitel in Duitsland een algemene bewoording voor de heimwee naar het traditionele studentenleven is geworden, wordt de titel ook gevonden in de literatuur als boektitel en als titel voor grafiekkunst en tekenwerk. Tevens is er in de twintigste eeuw tweemaal een bioscoopfilm uitgebracht in Duitsland onder deze titel. In 1925 regisseerde Helene Lackner een stomme film in zwart-wit naar een scenario van Eugen Rex. In 1930 kwam er een geluidsfilm uit onder regie van Rolf Randolf naar een scenario van Georg G. Klaren.

Ook deze Duitse versie is bekend in Vlaanderen en Nederland en staat onder meer in de KVHV-codex. Hier staan enkel de eerste en de twee laatste strofen. De tweede en de derde strofen verwijzen naar het academisch vechten (mensuur), wat voor zowel katholieke als protestantse studenten verboden is. Er wordt eveneens gesproken over de breiten Stein. In het begin van de 19e eeuw was vaak enkel een smalle strook van de straat verhard. In universiteitssteden hadden ouderejaarsstudenten, ofwel Burschen, het voorrecht op deze breiter Stein te lopen. Als twee Burschen elkaar dan ontmoetten, kon dit wel eens tot een gewelddadig treffen leiden, hoewel dit volgens de SC-Comment van 1799 uit Halle niet tot eerverlies zou leiden.

  1. O alte Burschenherrlichkeit,
    Wohin bist du entschwunden,
    Nie kehrst du wieder goldne Zeit,
    So froh und ungebunden!
    Vergebens spähe ich umher,
    Ich finde deine Spur nicht mehr.
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  2. Den Burschenhut bedeckt der Staub,
    Es sank der Flaus in Trümmer,
    Der Schläger ward des Rostes Raub,
    Erblichen ist sein Schimmer.
    Verklungen der Kommersgesang,
    Verhallt Rapier- und Sporenklang.
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  3. Wo sind sie, die vom breiten Stein
    Nicht wankten und nicht wichen,
    Die ohne Moos bei Scherz und Wein,
    Den Herrn der Erde glichen?
    Sie zogen mit gesenktem Blick
    In das Philisterland zurück.
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  4. Da schreibt mit finsterem Amtsgesicht
    Der eine Relationen.
    Der andere seufzt beim Unterricht,
    Und der macht Rezensionen;
    Der schilt die sünd'ge Seele aus
    Und der flickt ihr verfallnes Haus.
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  5. Auf öder Strecke schraubt und spannt
    das Fadenkreuz der eine,
    der andre seufzt beim Blockverband,
    und der setzt Ziegelsteine;
    der kocht aus Rüben Zuckersaft
    und der aus Wasser Pferdekraft.
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  6. Zur Börse schnell der eine rennt,
    zu tät’gem Geschäfte,
    der and’re sitzt bei Kontokorrent
    und der nützt fremde Kräfte;
    der importiert aus Turkestan
    und der bohrt seine Schuldner an.
    |: O jerum, jerum, jerum,
    o quae mutatio rerum! :|
  7. Allein das rechte Burschenherz
    Kann nimmermehr erkalten,
    Im Ernste wird, wie hier im Scherz,
    Der rechte Sinn stets walten;
    Die alte Schale nur ist fern,
    Geblieben ist uns doch der Kern,
    |: Und den lasst fest uns halten!
    Und den lasst fest uns halten! :|
  8. Drum Freunde reichet euch die Hand,
    Damit es sich erneure,
    Der alten Freundschaft heil'ges Band,
    Das alte Band der Treue.
    Klingt an und hebt die Gläser hoch,
    Die alten Burschen leben noch,
    |: Noch lebt die alte Treue!
    Noch lebt die alte Treue! :|

De strofen die hier als 5. en 6. genummerd zijn, zijn latere toevoegingen en worden vaak weggelaten.

In 1910 werd er ook in Straatsburg een versie gepubliceerd in het parodiërende Liederbuch für Studentinnen:

  • O junge Mädchenherrlichkeit
    O junge Mädchenherrlichkeit
    Welch neue Schwulitäten!
    Bezieht ihr alle weit und breit
    Die Universitäten!
    Vergebens spähe ich umher,
    Ich finde keine Hausfrau mehr!
    O jerum, jerum, jerum
    O quae mutatio rerum!

Letse versie

In het studentenliederboek Studentu dziesmas (1934) vinden we twee Letse vertalingen:

  1. Ak, vecā buršu greznība,
    Kur aizsteidzies tik drīzi?
    Jau aizgājusi jaunība
    Tik ātri un tik īsi.
    Par velti apkārt lūkojos,
    Un pagājušo atceros.
    |: O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum. :|
  2. Tik putekļi klāj deķeli,
    Un vakaros viss klusu,
    Jau rūsa apklāj rapieri -
    Drīz jāiet būs uz dusu.
    Un komeršdziesmas jautrajās
    Uz visiem laikiem zudušas.
    |: O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum. :|
  3. Bet vienu sirds vēl cieņā tur,
    Līdz kamēr beigs tā pukstēt.
    Tas goda prāts lai ir visur,
    Kas mūsu garu valda!
    Tik čaumala vien zudusi,
    Vēl palicis mums kodols cēls.
    |: Lai cieši kopā turam,
    Lai cieši kopā turam! :|

Alternatieve versie (vertaald door T. Vankins):

  1. Ta senā buršu godība,
    kāpēc tavs spožums zudis?
    Kāpēc nav tāda sirsnība,
    kā senāk katrs jutis?
    Par velti apkārt lūkojos,
    pēc veciem biedriem ilgojos.
    |: O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum. :|
  2. Uz cepurus krīt putekļi,
    un panīkst vecās lietas.
    Sāk rūsēt spožie rapieri:
    nav vairs tiem goda vietas.
    Tā neskan dziesmas kommersos
    kā tad, kad bijām tautiešos.
    |: O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum. :|
  3. Kur esiet, kas reis staigājot
    nav citiem baigi mājis,
    bez graša jautri dzīvojot
    kā zmes kungs ir gājis?
    Nu pazemīgi noskatās,
    kā filistri tie darbojas.
    |: O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum. :|
  4. Kāds drūmu seju studentus
    pēc nedarbiem grib izslēgt;
    cits mokās, māacot skolēnus,
    cits rēķinus grib noslēgt.
    Kāds grēciniekus nosoda,
    cits māju glābj no negoda.
    |: O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum. :|
  5. Bet tomēr-burša goda sirds
    tā nevar palikt cieta,
    Vai prieks,vai rūpes pretim mirdz,
    prāts īstais vienmēr vietā.
    Gan izskats bieži mainījies,
    bet pats nebūt nav grozījies.
    |: Vai tā nav jauka lieta?
    Vai tā nav jauka lieta? :|
  6. Lai tāpēc dzīvoi draudzība,
    un vecās saites saistās!
    Un senā buršu godība
    lai jaunās liesmās laistās!
    Sniedz roku! Glāzes paceļiet!
    Sev uzticīgi palieciet!
    |: Lai draugs pie drauga saistās!
    Lai draugs pie drauga saistās! :|

Estse versie: Oo burši hiilgus endine

In het studentenliederboek Gaudeamus! (1935) vinden we een Estse vertaling:

  1. Oo burši hiilgus endine,
    Kus on su kuldsed päevad
    Ei need mu meelest unune
    Ehk kaugele küll jäävad.
    Ma vaatan ringi asjata
    Kõik kadunud on jäljeta.
    |: O, jeerum, jeerum, jeerum,
    Quae est mutatio rerum. :|
  2. Nüüd burši mütsi katab tolm
    Ja riismetes ta lagi.
    Ka mõõka söönud rooste helm
    Ja kustunud ta vägi.
    Kommeršilaulud vaibunud,
    Rapiirikõlin vaikinud.
    |: O, jeerum, jeerum, jeerum,
    Quae est mutatio rerum. :|
  3. Kus jäänud need, kes õigelt teelt
    Ei kõikund ega langend?
    Kes veinis, rõõmus tõstis meelt
    Kui Kalev olid kanged.
    Nad kõik on läinud longuspäi
    Vilistlasmaale tagasi.
    |: O, jeerum, jeerum, jeerum,
    Quae est mutatio rerum. :|
  4. Sääl seab nüüd nukker ametmees
    Üks kokku relatsioone,
    Ja teine ohkab õppetöös
    Ning see teeb retsensioone.
    Üks sõimleb pattu higi sees
    Ja too on mures ihu eest.
    |: O, jeerum, jeerum, jeerum,
    Quae est mutatio rerum. :|
  5. Üks õudsel pinnal hõõrudes
    Veab piire, külvab iva,
    Ja teine hõõgub müüritöös
    Ning see säeb tänavkiva.
    Üks suhkrut surub naeritest
    Ja too teeb jõudu koseveest.
    |: O, jeerum, jeerum, jeerum,
    Quae est mutatio rerum. :|
  6. Üks arvestab momentisid
    Üks projekteerib maju
    Üks uurib molekulisid
    Üks kõrgepinge mõju
    Üks hobujõude rakendab
    Ja teine rabu kuivatab.
    |: O, jeerum, jeerum, jeerum,
    Quae est mutatio rerum. :|
  7. Kuid külmuda ei ilmaski
    Või burši süda õige.
    Tões nagu praegu naljaski
    Hää mõte üle kõige.
    On kadunud küll nooruskuum
    Kui järele jäänd vana tuum
    |: Ja seda hoidkem õige
    Ning hoidkem üle kõige. :|
  8. Seepärast, sõbrad, andkem käed,
    Et elluksid kui enne
    Me vanad pühad sõprusväed
    Täis ustavust ja õnne.
    Ja tõstkem kannud, olgem hoos,
    Kõik vanad buršid on veel koos
    |: Ja truudus nagu enne
    Ja truudus nagu enne. :|

Zweedse versie: O, gamla klang- och jubeltid!

In het studentenliederboek Sångbok för Västmanlands-Dala nation nr. 9 (1921) staat er een Zweedse vertaling van August Lindh (Uppsala), nadat er al in de Zweedse bewerking van het toneelstuk Alt-Heidelberg in 1903 al een vertaling gemaakt was door Frans Hedberg met als titel O, du studentens glada liv, varthän har du försvunnit?. Ook in Zweden wordt een (middag)sittning besloten door dit lied.

  1. O, gamla klang och jubeltid,
    ditt minne skall förbliva,
    och än åt livets bistra strid
    ett rosigt skimmer giva!
    Snart tystnar allt vår yra skämt,
    vår sång blir stum, vår glam förstämt;
    O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum!
  2. Var äro de som kunde allt,
    blott ej sin ära svika,
    som voro män av äkta halt
    och världens herrar lika?
    De drogo bort från vin och sång
    till vardagslivets tråk och tvång;
    O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum!
  3. Den ene vetenskap och vett (i)
    in i scholares mänger,(i)
    den andre i sitt anlets svett (ii)
    på paragrafer vränger, (ii)
    en plåstrar själen som är skral, (iii)
    en lappar hop dess trasiga fodral; (iv)
    O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum!
  4. Men hjärtat i en sann student
    kan ingen tid förfrysa.
    Den glädjeeld som där han tänt,
    hans hela liv skall lysa.
    Det gamla skalet brustit har,
    men KÄRNAN finnes frisk dock kvar,
    och vad han än må mista,
    den skall dock aldrig brista!
  5. Så slutet, bröder, fast vår krets
    till glädjens värn och ära!
    Trots allt vi tryggt och väl tillreds
    vår vänskap trohet svära.
    Lyft bägarn högt och svinga, vän!
    De gamla gudar leva än
    bland skålar och pokaler,
    bland skålar och pokaler!
Ook hier staan de oud-studenten recht bij de tweede strofe. De eerste twee verzen van de derde strofe (i) zijn voor alle studenten letteren en wetenschappen (iedereen die geen rechten, theologie, psychologie of geneeskunde studeert), de volgende twee regels (ii) voor de studenten rechten, de voorlaatste regel (iii) voor de studenten theologie en psychologie en ten slotte de laatste regel (iv) voor de geneeskundestudenten. Bij de laatste strofe gaat iedereen op zijn stoel staan en verlaat na het toosten de zaal.

In de 12e uitgave van het liederboek van de Zweedse studentenvereniging van de Technische Hogeschool van Helsinki (Teknologiföreningens sångbok, 2022) wordt er nog een strofe ingevoegd tussen de derde en de vierde:

En tämnjer forsens vilda fall, (i)
en annan ger oss papper, (ii)
en idkar maskinistens kall, (iii)
en mästrar volt så tapper, (iv)
en ritar hus, en mäter mark, (v)
en blander till mixtur så stark. (vi)
O, jerum, jerum, jerum,
O, quae mutatio rerum!

Bij (i) staan de wegen- en waterbouwkundige ingenieurs recht, bij (ii) de industrieel ingenieurs, bij (iii) de werktuigkundige ingenieurs, bij (iv) de elektrotechnische ingenieurs, bij (v) de architecten en landmeters en bij (vi) de scheikundige ingenieurs.

Finse versie: Tuo henki riemun ja nuoruuden

In de 16e uitgave van studentenliederboek van de Finse studentenvereniging van de Technische Hogeschool van Helsinki (Teekkarilauluja, 2022) vinden we de Finse vertaling van Rasmus Ruohola en Christian Segercrantz, die de studentenliederwedstrijd van 2021 gewonnen had en bedoeld is voor alle studenten aan de Aalto-Universiteit.

  1. Tuo henki riemun ja nuoruuden,
    min’ muistot vielä kantaa;
    ain’ rauhaan, huomaan vanhuuden
    se lohdun, lämmön antaa.
    Kun juhlan päättää hiljaisuus
    ja riehaa seuraa aika uus’.
    O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum!
  2. Miss’ ovat he, ken kaiken ties,
    ja maailman aikoi muuttaa?
    ja päiväst’ päivään puurtaa.
    Ei virtaa viinit, laulut soi,
    ei suojiss’ kylän karkeloi.
    O, jerum, jerum, jerum,
    O, quae mutatio rerum!
  3. Ken lämmön, väylän, voiman luo, (i)
    ken sähkön viestin taitaa, (ii)
    ken vauraudelle aikans’ suo, (iii)
    ken tiedon työhön laittaa, (iv)
    ken aistit, taiteet valloittaa, (v)
    ken aineen luonteen valjastaa? (vi)
    se taakan, myrskyn kestää,
    ei loistoaan voi estää!
  4. Kun kerran liekkiin leimahtaa
    tuo siemen sieluissamme,
    se tuskin koskaan sammahtaa
    vaan kasvaa riemuistamme!
    Vaikk’ ajan hampaat varttaan syö
    ei henkens’ voimaa maahan lyö.
    se taakan, myrskyn kestää,
    ei loistoaan voi estää!
  5. On muiston kultaakin kalliimpaa
    nuo ystävyyden aarteet.
    Ei niitä konsaan haavoittaa
    voi kuolevaiset aatteet.
    Siis vielä äänes’ lauluun suo
    ja kanssain malja nosta, juo!
    Ain’ riemu, nuoruus kestää,
    Ei loistoaan voi estää!

Bij (i) staan de bouwkundige ingenieurs recht, bij (ii) de elektrotechnische ingenieurs, bij (iii) de handelswetenschappers, bij (iv) de wetenschapsstudenten, bij (v) de studenten design en bij (vi) de scheikundige ingenieurs.

Bewerkt door Peter Dirix en Ward Bruyndonckx

Bronnen:

  • Dauwe, J., Janssens, T., Pieters, F., Persyn, O., Veestraeten, H. & Veestraeten, J. (Reds.). (2017, oktober). Studentencodex (18de editie). Studentencentrum Leuven.
  • Foshag, M., Stepath, T., & Herbst, T. (Reds.). (2013). Allgemeines Deutsches Kommersbuch (166e editie). Morstadt Verlag.
  • Silcher, F. & Erk, F. (Reds.). (1859). Allgemeine Deutsches Commersbuch (4e editie). Verlag Moritz Schauenburg.
  • Willems, A. (2003). Een historisch-etymologische en verklarende wandeling doorheen de Studentencodex (Derde en herziene uitgave).
  • Wikipedia. (2022, 10 juni). O alte Burschenherrlichkeit.
  • Wikipedia. (2023, 3 januari). O, gamla klang- och jubeltid!.